|
Je eerste liefde vergeet je nooit meerDe stelling van whiskykenner en -importeur (sinds 1963) Han van Wees luidt: 'Veel oude blended whisky’s - dat wil zeggen: blends gebotteld voor de jaren zeventig - zijn beter dan zo’n tachtig procent van de huidige malt whisky’s.' De oorzaak daarvan is dat de malt whisky’s die destijds zijn gebruikt om de genoemde blends samen te stellen zó veel beter van kwaliteit waren dan veel moderne whisky’s. Waren de oude blends al veel beter, helemaal geldt dat dus voor de oude single malt whisky’s. Weliswaar werden die voor de jaren zeventig niet in groten getale aan de markt gebracht, maar gelukkig hebben distilleerderijen en bottelaars nog behoorlijk wat vaten oude whisky bewaard. Die vinden hun weg naar de liefhebber in de vorm van limited editions.
SherryvatenIn een van de hoofdstukken in Zolang de voorraad strekt... legt Han van Wees gedetailleerd uit waaróm die oude malts en blends zoveel beter waren. Of liever gezegd: wat de oorzaken ervan zijn dat whisky sinds de jaren zeventig zo in kwaliteit is achteruitgegaan. Veranderde productiemethoden, een tekort aan goede sherryvaten en de noodzaak voor de producenten van whisky om zich te conformeren aan de smaak die na de introductie van Glenfiddich als benchmark was gaan gelden. Het proces van afnemende kwaliteit is heel geleidelijk gegaan en voor mensen die niet beroepsmatig met whisky bezig zijn geweest - zoals de makers van dit boek - heeft die ontwikkeling zich vrijwel onmerkbaar voltrokken. Maar toch niet helemaal. De volgende anekdote kan dat illustreren.
WhiskykaartBegin jaren tachtig maakten wij een restaurantgids voor Utrecht en omgeving. Een project waar we als jonge honden aan waren begonnen en daarbij gelukkig niet werden gehinderd door een overmaat aan vakkennis. We bezochten zo’n beetje alle restaurants die er toe deden, aten daar en namen de patron een interview af. Eén van die restaurants was Meditterranée, de chef/eigenaar heette John Wenger. Als geboren Brit was hij een groot liefhebber van een goed glas whisky en hij raadde ons aan om als digestief nu eens niet de obligate cognac te nemen, maar een mooie whisky. Hij beschikte zelfs over een whiskykaart. Daar stonden een stuk of zeven verschillende whisky’s op; vandaag de dag niets om je over op te winden, maar toentertijd een absolute primeur. Op zijn aanraden namen we een glas Macallan, 25 jaar en beiden waren we voorgoed verkocht.
Blasé geworden?Voordat wij dat glas Macallan dronken, was geen van ons ooit veel verder gekomen dan een glaasje Ballantine’s, Johnny Walker, Vat 69 of wat voor whisky dan ook in het drankmeubel van onze ouders. Na dat eerste glas Macallan werd alles anders. We gingen op zoek naar whisky’s die net zo’n smaaksensatie konden voortbrengen, ontdekten Glenmorangie en Lagavulin, waanden ons vergiftigd bij het eerste glas Laphroaig, leerden het chocoladeachtige aroma van Old Pulteney waarderen. Kortom, we probeerden steeds weer wat nieuws en grepen soms terug naar oude succesnummers. Om zo na jaren weer eens een fles Macallan te openen en ons verbaasd af te vragen of wij nou zo blasé waren geworden in de loop der jaren of dat die Macallan nou echt veel minder leek te smaken dan wij ons beiden konden herinneren van die eerste keer.
Islay whisky’sHoe het ook zij, onafhankelijk van elkaar kregen we een voorkeur voor Islay whisky en we ontdekten dat we die voorkeur deelden met de meeste whiskyliefhebbers die we tegenkwamen. ‘Daar zit ten minste smaak aan’, hoorde je altijd zeggen. En wij maar denken dat het uitsluitend aan ons lag, dat we ofwel een goede smaak hadden ontwikkeld, of inderdaad wel erg verwend waren geraakt. De stelling van Van Wees bracht klaarheid in de zaak. Goed, ontwikkeling van de persoonlijke smaak heeft er natuurlijk óók mee te maken, maar de verklaring achter de stelling van Van Wees maakt duidelijk hoe het komt dat whisky in smaak is achteruit gegaan en waarom het zo de moeite waard is om op zoek te gaan naar die enkele overgebleven whisky’s van toen.
|